ECLI:NL:RBSGR:1999:AA8844
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergunning verblijf wegens medische gronden
Eiser, een zwaar gehandicapte vreemdeling afkomstig uit Syrië en Irak, verzocht om toelating als vluchteling en om een vergunning tot verblijf in Nederland. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en ontbrak het aan een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn handicap en vervolging wegens zijn geloof in Syrië niet kon terugkeren.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij als vluchteling moest worden toegelaten, mede omdat de situatie in Syrië niet zodanig was dat Syriërs zonder meer vluchteling zijn. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat hij in Irak niet zou kunnen overleven of dat hij vervolging zou vrezen. Wel werd geoordeeld dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door niet tijdig een medisch onderzoek in te stellen naar eisers ernstige handicap.
Op grond daarvan vernietigde de rechtbank het besluit voor zover het de weigering van een verblijfsvergunning betrof en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de medische situatie. Het beroep werd verder ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het besluit tot weigering van een verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige medische beoordeling.