ECLI:NL:RBSGR:1999:AA9867
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Rossum
- Van Wesenbeeck
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen Staat inzake melkquotum
Eiser exploiteert een melkveebedrijf en verzocht in 1984 om toekenning van extra heffingvrije melk. De minister wees dit af wegens onvoldoende bewijs van investeringsverplichtingen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) verwierp in 1992 het beroep van eiser tegen deze afwijzing.
Eiser stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door het besluit van de minister en de daarop volgende rechtsgang, in strijd met het EVRM en artikel 11 BSh Pro. Tevens klaagde hij over overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van schadevergoeding. Hij vorderde vergoeding van materiële en immateriële schade.
De rechtbank oordeelde dat de vordering niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig instellen van de civiele procedure binnen twee jaar na het EHRM-arrest van 1994 en het niet binnen zes maanden na aansprakelijkstelling dagvaarden van de Staat. De rechtbank achtte de termijn redelijk en wees de vordering af, waarbij eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding van de redelijke termijn.