ECLI:NL:RBSGR:1999:AF0174
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek definitieve toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek van een schuldenaar tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar was eerder onder de voorlopige regeling geplaatst. Tijdens de zitting van 26 mei 1999 werd het verzoek beoordeeld, waarbij ook de bewindvoerder, curator en rechter-commissaris aanwezig waren.
De rechtbank verwierp het verweer van de schuldenaar dat er onvoldoende voorbereidingstijd was voor de zitting. Volgens de rechtbank moest de schuldenaar en zijn raadsman ervan uitgaan dat op de zittingsdag een beslissing zou worden genomen.
Uit het verslag van de bewindvoerder en de zitting bleek dat de schuldenaar als bestuurder van een failliete vennootschap het beheer lange tijd had verzaakt. Er waren geen belastingaangiften gedaan, wat leidde tot ambtshalve aanslagen van circa 600.000 gulden. Ook waren jaarrekeningen niet vastgesteld of gepubliceerd. Daarnaast had de schuldenaar persoonlijk geen inkomstenbelastingaangiften gedaan over meer dan vijf jaar, resulterend in aanslagen van bijna 170.000 gulden.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten aannemelijk maken dat de schuldenaar niet te goeder trouw was bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden. Daarom werd het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.