ECLI:NL:RBSGR:1999:ZA5540
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.J. van Dooijeweert
- C.E. Dettmeijer-Vermeulen
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfvergunning wegens ontbreken gelegaliseerde bewijs ongehuwd-zijn
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn Nederlandse partner en het verrichten van arbeid. Verweerder weigerde de vergunning omdat eiser niet met officiële, gelegaliseerde en geverifieerde documenten kon aantonen dat hij ongehuwd was ten tijde van het besluit. Eiser overhandigde deze documenten pas na het besluit.
Eiser betoogde dat de toetsing ex tunc moet plaatsvinden en dat de rechter rekening moet houden met de later overgelegde documenten. Tevens stelde hij dat de beleidsregel TBV 1998/27, die het bewijsvereiste aanscherpt, niet op zijn aanvraag van vóór de bekendmaking van de beleidsregel van toepassing is. Daarnaast voerde hij aan dat het weigeren van toelating in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsvereiste een zelfstandig toelatingsvereiste is en dat verweerder terecht het besluit nam op basis van het ontbreken van gelegaliseerde documenten ten tijde van het besluit. De rechtbank vond dat de beleidsregel geen onredelijke beleidsbepaling is en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt omdat het weigeren van toelating niet leidt tot inmenging in het familie- en gezinsleven. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat eiser ten tijde van het besluit niet met gelegaliseerde documenten kon aantonen ongehuwd te zijn.