ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5278
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.J. van Dooijeweert
- M.A.A. Mondt-Schouten
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende individuele toetsing binnenlands vestigingsalternatief
Eiser, een Iraakse asielzoeker afkomstig uit Centraal-Irak, vroeg om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. De Staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af en verleende slechts een voorwaardelijke vergunning tot verblijf. Eiser stelde dat hij vanwege zijn Arabische afkomst en het ontbreken van familie- of politieke banden in Noord-Irak niet kon worden geacht zich daar te vestigen, hetgeen het binnenlands vestigingsalternatief betrof.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris een onjuiste maatstaf hanteerde door alleen leeftijd en gezondheid te betrekken bij de beoordeling van het binnenlands vestigingsalternatief, terwijl de UNHCR-criteria ook familie-, gemeenschaps- en politieke banden vereisen. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke mogelijkheden van eiser om in Noord-Irak te verblijven en onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van klemmende humanitaire redenen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van een verblijfsvergunning op humanitaire gronden wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.