ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Turkse Koerden wegens onvoldoende bewijs vervolgingsgevaar
Eisers, een Turks-Koerdisch echtpaar met vier minderjarige kinderen, vroegen asiel aan in Nederland vanwege vermeende vervolging door Turkse autoriteiten wegens hun vermeende sympathie voor de PKK. Zij stelden dat eiser was gemarteld en vervolgd vanwege zijn weigering dorpswachter te worden en dat zij hun vader hadden verloren door geweld.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvragen af omdat de activiteiten van eiser voor de PKK marginaal waren en er onvoldoende bewijs was dat zij persoonlijk in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten stonden. Ook was er volgens de IND een binnenlands vestigingsalternatief in Turkije.
De rechtbank oordeelde dat de relaas van eisers op wezenlijke punten geloofwaardig maar onvoldoende zwaarwegend was om te voldoen aan de criteria voor vluchtelingenstatus. De rechtbank achtte het beroep op artikel 3 EVRM Pro niet geslaagd en concludeerde dat er geen klemmende humanitaire redenen waren voor verblijf. Het beroep werd ongegrond verklaard en er was geen aanleiding voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Het beroep op asiel en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk vervolgingsgevaar.