ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5368
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Uchelen
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen intrekking voorwaardelijke verblijfsvergunning Soedanese vreemdeling
Verzoeker, een Soedanese vreemdeling, kwam in maart 1996 Nederland binnen en vroeg om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Na afwijzing werd hem een voorwaardelijke verblijfsvergunning verleend, geldig tot maart 1999. In februari 1999 werd deze vergunning ingetrokken, waarna verzoeker een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting te voorkomen totdat op bezwaar was beslist.
De kern van het geschil betrof de vraag wanneer de intrekkingsbeschikking bekend was gemaakt. Verweerder stelde dat dit bij toezending aan de gemachtigde mr. Bosma op 19 februari 1999 was, terwijl verzoeker stelde dat de beschikking pas op 5 maart 1999 persoonlijk aan hem was uitgereikt, omdat mr. Bosma geen gemachtigde meer was.
De president oordeelde dat mr. Bosma niet meer als gemachtigde kon worden beschouwd voor deze intrekking, zodat de beschikking pas op 5 maart 1999 bekend werd gemaakt. Omdat dit één dag na het verstrijken van de driejarige verblijfsperiode was, kon de voorwaardelijke vergunning niet meer worden ingetrokken. De voorlopige voorziening werd daarom toegewezen, uitzetting werd verboden en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.