ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5375
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging met vluchteling
Eiseres, een Russische nationaliteit houdende vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot, die als vluchteling in Nederland is toegelaten, te verblijven. De aanvraag werd door de Minister van Buitenlandse Zaken afgewezen op grond van het Nederlandse vreemdelingenbeleid, dat stelt dat vreemdelingen alleen in aanmerking komen voor verblijf indien er een wezenlijk Nederlands belang is of klemmende humanitaire redenen bestaan.
De rechtbank constateerde dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een afgeleide vluchtelingenstatus omdat zij een andere nationaliteit heeft dan haar echtgenoot. Tevens beschikte de referent niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan ten tijde van de aanvraag. Hoewel de referent serieuze inspanningen had geleverd om werk te vinden, vond de rechtbank dit onvoldoende om humanitaire redenen voor verblijf toe te staan.
Eiseres voerde een beroep aan op artikel 8 EVRM Pro inzake respect voor familie- en gezinsleven. De rechtbank oordeelde dat er geen inmenging in de zin van het Verdrag was omdat het ging om een aanvraag om een mvv. Ook was er geen objectieve belemmering om het gezinsleven buiten Nederland uit te oefenen, aangezien het gezin eerder in Rusland had gewoond en de referent daar verblijf kon verkrijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Er werden geen kosten aan partijen opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.