ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5376
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om opvang bij COA na tweede asielaanvraag
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling zonder vaste woon- of verblijfplaats, heeft na een eerste afgewezen asielaanvraag op 1 februari 2000 een tweede aanvraag ingediend en verzocht om opvang bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft verzoeker niet aangemeld bij het COA, waarna verzoeker een voorlopige voorziening heeft gevraagd om alsnog opvang te verkrijgen.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) een tweede asielaanvraag geen recht geeft op opvang, tenzij er zeer schrijnende humanitaire omstandigheden zijn. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat dergelijke omstandigheden aanwezig zijn. Het verblijf bij het Leger des Heils, hoewel moeilijk, kwalificeert niet als zodanig.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af. Er zijn geen proceskosten toegekend aan een van de partijen. De uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank 's-Gravenhage op 21 februari 2000.
Uitkomst: Het verzoek om opvang bij het COA na een tweede asielaanvraag wordt afgewezen wegens het ontbreken van zeer schrijnende humanitaire omstandigheden.