ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5379
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Heijning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Toekenning machtiging tot voorlopig verblijf na gegrondverklaring beroep wegens gezinshereniging
Eiser, een Thaise nationaliteithebbende, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn Nederlandse moeder te verblijven. De Minister van Buitenlandse Zaken weigerde dit omdat hij oordeelde dat de feitelijke gezinsband was verbroken door de duurzame opname van eiser in het gezin van zijn grootouders in Thailand en het ontbreken van bewijs dat referente de opvoeding en kosten van levensonderhoud droeg.
Eiser stelde dat de gezinsband altijd in stand was gebleven, onderbouwd met bankafschriften, paspoortkopieën en correspondentie die financiële en morele betrokkenheid van referente aantoonden. De rechtbank oordeelde dat het tijdsverloop van circa tweeënhalf jaar niet automatisch een verbroken gezinsband impliceert en dat de door eiser overgelegde bewijzen voldoende waren om de betrokkenheid van referente aan te tonen.
De rechtbank verwierp de toepassing van jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep inzake de Algemene Kinderbijslagwet, omdat deze niet passend is in het vreemdelingenrecht. Gezien de feiten concludeerde de rechtbank dat de gezinsband niet was verbroken en dat het beroep gegrond is. De bestreden beschikking werd vernietigd en de Minister werd opgedragen binnen tien weken een nieuwe beslissing te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.