ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5430
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- A.H. van Delden
- Rechtspraak.nl
Verbod op oproeping bedreigde getuige na bekend worden identiteit
Eiser, aangemerkt als bedreigde getuige in een strafzaak, vordert een verbod voor de Staat der Nederlanden om hem op te roepen als getuige in hoger beroep, omdat zijn identiteit door een fout bekend is geworden bij de verdachte. Hierdoor is zijn status van bedreigde getuige door het Hof van rechtswege komen te vervallen, wat eiser betwist.
Eiser stelt dat alleen de rechter-commissaris bevoegd is om die status toe te kennen of te ontnemen en dat het Hof onterecht zijn status heeft ingetrokken zonder hem te horen. Hij vreest represailles en stelt dat de oproeping in strijd is met zijn rechten en onrechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat het Hof terecht heeft vastgesteld dat de status van bedreigde getuige van rechtswege is vervallen door de bekendwording van zijn identiteit, maar dat het Hof dit niet op een wettelijke grondslag baseerde. De rechtbank vindt dat de belangen van eiser zwaar wegen en dat de Staat onrechtmatig handelt door hem op te roepen. Daarom wordt de oproeping verboden. De beslissing is niet onomkeerbaar omdat het Hof nog kan worden aangesproken.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de Staat om eiser als getuige op te roepen in de strafzaken vanwege onrechtmatige bekendmaking van zijn identiteit en ontneming van zijn status als bedreigde getuige.