ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5495
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vluchtelingenstatus en verblijfvergunning Somalische minderjarige
Eiser, een Somalische minderjarige behorend tot de Darod-clanfamilie, vroeg asiel en een verblijfsvergunning aan in Nederland. De aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.
De rechtbank overwoog dat de algemene situatie in Somalië en de clanrelaties niet automatisch recht geven op vluchtelingenstatus. Eiser heeft geen persoonlijke omstandigheden aangevoerd die een gegronde vrees voor vervolging rechtvaardigen. Ook het beroep van zijn moeder, behorend tot een andere clan, bood geen steun voor zijn vluchtelingenstatus.
De rechtbank stelde vast dat de beleidswijziging van 20 november 1998 Somalië, met name de provincie Hiiraan, als veilig gebied beschouwt, waar eiser met zijn moeder zou kunnen terugkeren. Omdat het bestreden besluit dateert van vóór deze wijziging, was het besluit op dat moment niet correct, waardoor het beroep gegrond is.
Toch besloot de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten vanwege proceseconomische redenen en het ontbreken van een recht op verblijf. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt vernietigd, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven.