ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige overname en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling werd op 5 januari 2000 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet en zijn uitzetting werd gelast. Bij eerdere uitspraak op 19 januari 2000 werd het beroep tegen de bewaring ongegrond verklaard.
Na vaststelling dat de overname van de vreemdeling door de Koninklijke Marechaussee van de Duitse Bundesgrenzschutz onterecht was, heeft de rechtbank geoordeeld dat de voortzetting van de bewaring vanaf 21 januari 2000 onrechtmatig is. Verweerder handelde in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel door de vreemdeling opnieuw te claimen bij de Duitse autoriteiten zonder nieuwe gegevens te overleggen.
De rechtbank oordeelt dat er geen billijke redenen zijn om de schadevergoeding te matigen en kent een bedrag van 4.800 gulden toe wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming. Daarnaast worden proceskosten van 1.775 gulden aan de vreemdeling toegekend, te voldoen door de Staat der Nederlanden. De bewaring wordt per 23 februari 2000 opgeheven.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten.