ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5640
Rechtbank 's-Gravenhage
- Mondelinge uitspraak
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van terugkeeroptie wegens onvoldoende banden met Nederland
Eiser, geboren in Nederland, vertrok op vijftienjarige leeftijd met zijn vader naar Turkije, waar hij veertien jaar verbleef en twaalf jaar werkte. Hij verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de terugkeeroptie, die geldt voor vreemdelingen met langdurige banden met Nederland. De Staatssecretaris van Justitie weigerde de vergunning omdat eiser onvoldoende banden met Nederland zou hebben opgebouwd.
De rechtbank overwoog dat eiser weliswaar de Nederlandse taal uitstekend beheerst en een basisopleiding in Nederland volgde, maar geen werkervaring in Nederland heeft opgedaan. Zijn langdurige verblijf en integratie in Turkije, zonder grote aanpassingsproblemen, wegen zwaarder. Ook het feit dat zijn familie zich deels in Turkije en elders bevindt, maakt dat het zwaartepunt van zijn leven niet in Nederland ligt.
De rechtbank concludeerde dat de weigering van de verblijfsvergunning terecht was en verklaarde het beroep ongegrond. Er waren geen humanitaire redenen die verblijf in Nederland rechtvaardigden en de stelling dat eiser tegen zijn wil naar Turkije was teruggekeerd, werd onvoldoende aannemelijk geacht.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de verblijfsvergunning wegens onvoldoende banden met Nederland.