ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5706
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor opvang asielzoekster bij tweede aanvraag
Verzoekster, een Vietnamese asielzoekster, diende op 24 mei 1999 een eerste aanvraag om toelating als vluchteling in, die niet-ontvankelijk werd verklaard. Op 23 september 1999 diende zij een tweede aanvraag in. Verzoekster vroeg de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij opvang zou ontvangen van het Centraal Opvang Orgaan Asielzoekers (COA). De Staatssecretaris van Justitie (verweerder) weigerde dit, stellende dat bij een tweede aanvraag geen recht op opvang bestaat volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva).
De president van de rechtbank overwoog dat het achterwege laten van de melding bij het COA een besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Tevens concludeerde hij dat de interpretatie van verweerder van artikel 4, tweede lid, Rva niet strookt met de doelstelling van de regeling, omdat opvang pas aan de orde is wanneer toegang is verleend. Aangezien verzoekster nog niet in opvang was opgenomen, kon haar tweede aanvraag niet als herhaald in de zin van de Rva worden beschouwd.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen verzoekster bij het COA aan te melden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan verzoekster vergoed. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staatssecretaris om verzoekster aan te melden bij het COA voor opvang en verklaart het beroep gegrond.