ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting asielzoeker uit Joegoslavië
Verzoeker, een burger van de Federatieve Republiek Joegoslavië, had meerdere asielaanvragen ingediend die allen werden afgewezen. Na een tweede aanvraag op 28 februari 2000, waarin verzoeker zich beroept op desertie en oproepen als reservist, wees de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) deze af wegens gebrek aan nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing.
De president van de rechtbank toetste of de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon worden afgewezen en of de aanvraag een redelijke kans van slagen had. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten en het beleid van de IND dat geen uitzondering maakt voor tweede aanvragen zonder nieuwe feiten, concludeerde de president dat de aanvraag niet in behandeling had mogen worden genomen.
De rechtbank besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.