ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5710
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vergunning tot verblijf voor gespecialiseerde arbeid en humanitaire gronden
Eiser, een Egyptische vreemdeling die sinds 1987 in Nederland verblijft, verzocht om een vergunning tot verblijf (vtv) voor gespecialiseerde arbeid of op basis van klemmende humanitaire redenen. De Staatssecretaris van Justitie wees dit verzoek af, mede gebaseerd op de weigering van een tewerkstellingsvergunning (twv) door de Algemene Directie voor de Arbeidsvoorziening (ADA).
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig, ongelijk en onvoldoende gemotiveerd was, en dat het beleid omtrent het zogenoemde 'witte illegalenbeleid' niet correct werd toegepast. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het beroep ongegrond verklaarde, omdat eiser geen nieuwe feiten of schrijnende omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat het beleid op hem wordt toegepast.
De rechtbank schorst het onderzoek voor zover het beroep zich richt op de weigering van de vtv voor gespecialiseerde arbeid, teneinde deze samen te voegen met een verwante procedure (AWB 99/9085 WAV). De rechtbank concludeert dat de weigering op goede gronden berust en dat geen aanleiding bestaat voor een vergunning op basis van arbeidsverleden of humanitaire gronden.
Er zijn geen kosten aan de procedure verbonden en tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard en het onderzoek geschorst voor samenvoeging met een gerelateerde zaak.