ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5711
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting van vluchteling met twijfel over nationaliteit
Verzoekster, een vrouw met vier minderjarige kinderen, heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie kennelijk ongegrond werd verklaard op grond van het ontbreken van documenten die haar identiteit, nationaliteit en reisroute bevestigen.
De president stelt vast dat verzoekster weliswaar geen volledige documentatie heeft overgelegd, maar wel een geboorteakte die niet als vals is aangemerkt. Gezien de twijfel over de authenticiteit en het feit dat verzoekster redelijk kennis heeft over Angola, wordt het voordeel van de twijfel aan haar gegeven.
De president oordeelt dat de aanvraag niet zonder meer als kennelijk ongegrond kan worden afgewezen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Dit betekent dat de uitzetting van verzoekster wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.
Daarnaast veroordeelt de president de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan verzoekster, waarbij de Staat der Nederlanden als rechtspersoon wordt aangewezen voor de betaling.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige toetsing van documenten en het gunnen van het voordeel van de twijfel in vreemdelingenzaken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoekster wordt opgeschort totdat op het bezwaar is beslist.