ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5762
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende maatregel vreemdeling in Grenshospitium Westlinge
De vreemdeling, van Nigeriaanse of Sierraleoonse nationaliteit, was sinds 21 augustus 1999 onderworpen aan een vrijheidsbenemende maatregel ex artikel 7a, tweede en derde lid, Vreemdelingenwet. Na eerdere ongegrond verklaarde beroepen stelde hij opnieuw beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel, met een verzoek tot schadevergoeding.
De rechtbank constateerde dat de maatregel langer dan zes maanden duurde, maar dat er inmiddels een laissez-passer door de Nigeriaanse autoriteiten was afgegeven, waardoor reëel zicht op uitzetting aanwezig was. De vreemdeling betoogde verder dat de wijze van tenuitvoerlegging onrechtmatig was, omdat hij in het Grenshospitium Westlinge tussen strafrechtelijk gedetineerden verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het regime in Grenshospitium Westlinge niet in overeenstemming was met de aard en strekking van de vrijheidsbenemende maatregel, die bestuursrechtelijk is en niet mag leiden tot gemeenschappelijke detentie met afgestraften zonder wettelijke grondslag. Daarom werd verweerder opgedragen de tenuitvoerlegging binnen zeven dagen te wijzigen zodat geen gemeenschappelijke detentie meer plaatsvindt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beval wijziging van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende maatregel zodat geen gemeenschappelijke detentie met strafrechtelijk gedetineerden meer plaatsvindt.