ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5763
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling Schiphol
Op 3 maart 2000 werd de vreemdeling op Schiphol de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet. De maatregel werd aanvankelijk gerechtvaardigd vanwege de asielaanvraag die kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk kon worden afgedaan. Later werd de grondslag gewijzigd naar een claim bij Frankrijk op basis van de Dublin-overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat deze wijziging van grondslag onredelijk was omdat op 6 maart 2000 al sprake was van een inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag, waardoor de voortzetting van de maatregel niet meer op de nieuwe grondslag kon worden gebaseerd. De vreemdeling had op dat moment al recht op doorplaatsing naar een opvangcentrum.
Daarom is de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig en beveelt de rechtbank opheffing per 3 april 2000. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten. Over het verzoek om schadevergoeding zal later worden beslist.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig is en beveelt opheffing per 3 april 2000.