ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5927
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.M. de Klerk
- C. Lely-Van Goch
- E.H.M. Druijf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wegens kennelijke ongegrondheid
Eisers, een staatloze man en zijn vrouw met Iraakse nationaliteit, vroegen asiel en een verblijfsvergunning aan. De man, geboren in Koeweit en behorend tot de Bidoun-groep, stelde dat hij in Koeweit en Irak werd vervolgd en gediscrimineerd, onder meer vanwege zijn vermeende spionage en status als staatloze. Hij werd meerdere malen gearresteerd en uitgezet.
De rechtbank overwoog dat zowel Koeweit als Irak als landen van eerder gewoon verblijf moeten worden aangemerkt. De uitzetting uit Koeweit werd gezien als een daad van willekeur tijdens een korte periode van staat van beleg, niet als vervolging. Ook de verwijderingen door Irak werden niet geacht te berusten op vervolgingsgronden zoals ras, godsdienst of politieke overtuiging.
De rechtbank concludeerde dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij als vluchteling konden worden toegelaten of dat er humanitaire gronden waren voor verblijf. Er was geen reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.