ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5943
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- S.J. Bosma
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitzettingsbesluit en behandeling aanvraag verblijfsvergunning
Verzoeker, een Marokkaanse vreemdeling die sinds zijn jeugd in Nederland verblijft, vroeg verlenging van zijn verblijfsvergunning. Zijn aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens niet-tijdige indiening en het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de rechtbank om schorsing van zijn uitzetting totdat op het bezwaar was beslist.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft, mede omdat verzoeker onterecht niet was gewezen op de mogelijkheid van een aanvraag tot wedertoelating en omdat het beleid omtrent het doen van een aanbod tot vergunning tot vestiging niet rechtmatig was toegepast. Verzoeker had immers recht op een vestigingsvergunning en was onvoldoende geïnformeerd.
De rechtbank bepaalde dat de uitzetting niet mocht worden uitgevoerd zolang het bezwaar nog niet was afgehandeld en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht. Hiermee werd verweerder verplicht de aanvraag van verzoeker in behandeling te nemen en verzoeker werd bescherming geboden tegen onmiddellijke uitzetting.
Uitkomst: De rechtbank schorst de uitzetting en beveelt behandeling van de aanvraag verblijfsvergunning zolang het bezwaar loopt.