ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6043
Rechtbank 's-Gravenhage
- Mondelinge uitspraak
- H. Ollermann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongegrondverklaring bezwaar verblijfsvergunning Cubaans staatsburger
Eiser, een Cubaanse staatsburger, had eerder een aanvraag tot toelating als vluchteling en vergunning tot verblijf ingediend die in 1994 werd afgewezen en bevestigd in 1996. Na een mislukte uitzetting in 1996 keerde eiser terug naar Nederland. In geschil is het besluit van 1 oktober 1999 waarbij de staatssecretaris het bezwaar tegen de afwijzing van een humanitaire verblijfsvergunning ongegrond verklaarde.
Eiser baseert zijn aanvraag op het risico van onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Cuba, onder verwijzing naar een telefoonnotitie van het ministerie van Buitenlandse Zaken die de strenge Cubaanse regels omtrent verblijf in het buitenland en mogelijke gevangenisstraf beschrijft. De staatssecretaris betwistte de status en inhoud van deze notitie en voerde aan dat het niet duidelijk is of deze regels in de praktijk worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de reikwijdte en toepassing van de telefoonnotitie en de situatie in Cuba. Het besluit is te speculatief en voldoet niet aan de vereisten van zorgvuldige motivering en hoor en wederhoor zoals voorgeschreven in de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt de staatssecretaris opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen opnieuw te beslissen.