ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6165
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- E. de Rooij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van vreemdelingenbeleid en toepassing Suriname-overeenkomst
Eiser, een Surinaamse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn Nederlandse partner C. Na afwijzing van de aanvraag en het bezwaar, stelde eiser beroep in bij de rechtbank. De kern van het geschil betrof de uitleg en toepassing van de Overeenkomst tussen Nederland en Suriname inzake binnenkomst en verblijf van wederzijdse onderdanen, in het bijzonder de vraag of aan de bepalingen in Bijlage 1 bij deze Overeenkomst rechtstreekse werking toekomt en of deze bepalingen afwijken van het algemene vreemdelingenbeleid.
De rechtbank overwoog dat Bijlage 1 inderdaad afwijkingen bevat van het algemene beleid, maar dat met de inwerkingtreding van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 1994 per 1 januari 1994 sprake is van een beleidswijziging waarbij het algemene vreemdelingenbeleid van toepassing is geworden op Surinaamse onderdanen die na 24 november 1980 Nederland binnenkwamen. De procedure van notificatie zoals voorgeschreven in artikel 9 van Pro de Overeenkomst was niet gevolgd, maar dit had geen gevolgen voor de geldigheid van het beleid.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser niet voldeed aan het middelenvereiste omdat zijn partner C een uitkering ontving en niet viel onder vrijstellingscategorieën. Ook was niet gebleken van andere klemmende humanitaire redenen voor verblijf. De rechtbank stelde dat het gezinsleven van eiser met C en de minderjarige kinderen niet zodanig werd aangetast dat dit een positieve verplichting tot verblijf zou opleveren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.