ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6177
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en beroep tegen vrijheidsontneming in vreemdelingenzaak
Verzoeker, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Na een ongeluk waarbij een jonge vrouw om het leven kwam, vluchtte hij naar Nederland. Hij vreesde vervolging en moord door een hooggeplaatste militair in zijn land van herkomst.
De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas niet geloofwaardig was vanwege inconsistenties en onwaarschijnlijkheden in het verhaal over zijn detentie, ontsnapping en reis naar Nederland. Daarom kon niet worden aangenomen dat er gevaar voor vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro bestond bij terugkeer.
Daarnaast werd het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 7a Vreemdelingenwet ongegrond verklaard. De rechtbank vond de maatregel rechtmatig en conform het beleid en de bevoegdheden van de Koninklijke Marechaussee. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De rechtbank besloot het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen de beslissing inzake schadevergoeding staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.