ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6179
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- B.H. Franke
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen buitenbehandelingstelling verblijfsvergunning zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Verzoekster, een Russische nationaliteit houdende vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning om bij haar Nederlandse minderjarige zoon te verblijven. Haar aanvraag werd buiten behandeling gesteld omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), een wettelijk vereiste volgens artikel 16a van de Vreemdelingenwet. Verzoekster stelde zich op het standpunt dat zij vrijgesteld moest worden van het mvv-vereiste op grond van bijzondere hardheid, mede vanwege de situatie van haar minderjarige zoon.
De staatssecretaris wees dit beroep af met het argument dat verzoekster zonder problemen naar Rusland kon reizen voor het aanvragen van een mvv en dat de zoon met haar mee kon reizen of opgevangen kon worden door zijn biologische vader, die echter gedetineerd was en geen contact wenste. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende oog had gehad voor de belangen van verzoekster en haar zoon en onvoldoende zorgvuldig had gewogen. De situatie van de zoon, die de Nederlandse nationaliteit bezit en medische en psychische klachten heeft, werd meegewogen.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar van verzoekster tegen de buitenbehandelingstelling een redelijke kans van slagen heeft en dat de uitzetting niet achterwege had mogen blijven. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist.