ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6227
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking vluchtelingenstatus wegens drugsveroordeling en ongewenstverklaring
Eiser, een Iraanse nationaliteit bezittende vreemdeling, werd aanvankelijk als vluchteling toegelaten in Nederland. Na een veroordeling in Hongarije tot vier jaar gevangenisstraf wegens drugssmokkel, werd zijn vluchtelingenstatus ingetrokken en werd hij ongewenst verklaard. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij slechts als koerier fungeerde en dat de intrekking onterecht was.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoet aan de criteria voor intrekking op grond van het nationale vreemdelingenbeleid, maar dat verweerder ten onrechte niet heeft onderzocht of uitzetting naar een ander land dan Iran mogelijk is. Tevens concludeert de rechtbank dat de intrekking van de vluchtelingenstatus niet gerechtvaardigd is op grond van artikel 33 lid 2 van Pro het Vluchtelingenverdrag, omdat eiser geen gevaar meer vormt voor de Nederlandse gemeenschap.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit waarbij de belangenafweging zorgvuldig wordt gemaakt. Daarnaast veroordeelt zij verweerder in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan als partij voor griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de vluchtelingenstatus en ongewenstverklaring wordt vernietigd.