ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6268
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure met verwijzing naar Duitsland
Verzoekers, een gezin van Turkse nationaliteit, hebben in Nederland asiel aangevraagd nadat zij eerder in Duitsland waren uitgeprocedeerd. De Duitse autoriteiten wezen hun asielverzoeken af op basis van een restrictievere interpretatie van het Vluchtelingenverdrag, met name inzake dienstweigering wegens gewetensbezwaren.
De president van de rechtbank toetste of de overdracht aan Duitsland kon plaatsvinden zonder dat er sprake is van vervolgingsgevaar in vluchtelingenrechtelijke zin. Gezien de verschillen in interpretatie tussen Nederland en Duitsland over de erkenning van dienstweigering als vluchtgrond, kon niet worden uitgesloten dat overdracht strijdig zou zijn met het non-refoulementbeginsel.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de uitzetting werd verboden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting naar Duitsland wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.