ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6275
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.B.E.M. Rikaart-Gerard
- J.E. van den Steenhoven-Drion
- W.H. van Benthem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische vrouw wegens onvoldoende vluchtelingenstatus en geloofwaardigheid
Eiseres, een Somalische vrouw behorend tot de minderheidsclan Midgan, verzocht op 31 juli 1997 om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Zij stelde dat zij vanwege een gewelddadige aanval, waarbij zij werd verkracht en haar familieleden werden gedood, gegronde vrees had voor vervolging in Somalië. Verweerder wees haar aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende slechts een voorwaardelijke vergunning tot verblijf, die later werd ingetrokken.
Eiseres voerde aan dat de vervolging verband hield met haar etnische afkomst en dat zij onvoldoende bescherming kon verwachten van haar clan. Verweerder betwistte dit en stelde dat het geweld een daad van banditisme betrof zonder vluchtelingenrechtelijke grondslag, en dat de geloofwaardigheid van het asielrelaas twijfelachtig was vanwege tegenstrijdigheden in haar verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de situatie in Somalië niet zodanig was dat asielzoekers uit dat land automatisch als vluchteling konden worden aangemerkt. Het asielrelaas van eiseres was ontoereikend om vluchtelingenstatus te rechtvaardigen. Er was geen aannemelijk risico dat zij bij terugkeer aan een behandeling zou worden blootgesteld die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. Ook klemmende humanitaire redenen ontbraken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en intrekking van haar verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.