ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak afgewezen wegens ontbreken procesbelang
Verzoeker diende op 10 december 1998 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning, welke op 6 april 1999 buiten behandeling werd gesteld. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar verweerder besloot dat verzoeker het bezwaar niet in Nederland mocht afwachten en het land binnen twee weken moest verlaten.
Verzoeker vroeg vervolgens bij de rechtbank een voorlopige voorziening om de uitzetting te verbieden totdat op het bezwaar of beroep was beslist. Tijdens de procedure trok verzoeker het beroepschrift in nadat verweerder de aanvraag alsnog in behandeling nam en het bezwaar gegrond verklaarde.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige voorziening niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, nu de aanvraag alsnog wordt behandeld en er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die het afwachten van de beslissing in Nederland rechtvaardigen. De rechtbank veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van griffierechten aan de griffier.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.