ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6363
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vreemdelingenbewaring en schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring
Eiser, een Maleisische vreemdeling zonder vaste verblijfplaats, werd op 9 december 1999 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde opheffing van de bewaring en schadevergoeding. Na het indienen van het beroep werd de bewaring op 12 januari 2000 opgeheven. Verweerder bood een schadevergoeding aan voor de periode van 28 december 1999 tot 12 januari 2000.
De rechtbank moest beoordelen of de bewaring tussen 9 en 28 december 1999 onrechtmatig was en of schadevergoeding over die periode toekwam. Eiser stelde dat hij op 30 november 1999 een aanvraag had ingediend om verblijf op grond van de tijdelijke regeling "witte illegalen" en dat de bewaring daarom onrechtmatig was. Verweerder stelde dat de aanvraag pas op 27 december 1999 was bevestigd en dat de bewaring tot 28 december 1999 rechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bewijs had geleverd van de aanvraag op 30 november 1999 en dat de bewaring tot 28 december 1999 niet onrechtmatig was. De rechtbank vond een termijn van 10-14 dagen voor registratie van een aanvraag redelijk, maar geen termijn van bijna vier weken. Gezien de omstandigheden en het feit dat eiser ongewenst was verklaard, was de bewaring gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.