ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6365
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatig verkregen bewijs en ontbreken zicht op uitzetting
Eiser is op 6 januari 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. Verweerder gaf een last tot uitzetting, maar eiser betwistte de bewaring en stelde dat het uitluisteren van zijn mobiele voicemail onrechtmatig was, omdat hij hiervoor geen toestemming had gegeven.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet beschikte over een geldige verblijfsvergunning en dat zijn identiteit en nationaliteit onduidelijk waren. Verweerder baseerde het zicht op uitzetting op het uitluisteren van de voicemail, waaruit bleek dat eiser mogelijk uit een West-Afrikaans land afkomstig was. De rechtbank oordeelde echter dat het uitluisteren zonder toestemming plaatsvond en geen wettelijke basis had, waardoor dit een schending van artikel 8 EVRM Pro betrof.
Hierdoor werd het verkregen bewijs als ontoelaatbaar beschouwd. Zonder dit bewijs was er geen nieuw feit dat zicht op uitzetting bood. De rechtbank concludeerde dat voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd was en besloot de bewaring op te heffen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser, terwijl het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van eiser wordt opgeheven vanwege onrechtmatig verkregen bewijs en ontbreken van zicht op uitzetting.