ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6394
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en beroep tegen vrijheidsontneming van Tamil uit Sri Lanka
De rechtbank te 's-Gravenhage behandelde het beroep van een Tamil verzoeker uit Sri Lanka tegen de afwijzing van zijn aanvraag om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden, alsmede tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. De zaak betrof een AC-procedure waarbij snelle afdoening binnen 48 uur wordt nagestreefd.
De rechtbank onderzocht of het ambtsbericht van 30 september 1999 nog als goede basis kon dienen voor de afdoening van asielverzoeken van Tamils uit Sri Lanka. Ondanks enkele meldingen van verdwijningen en spanningen in Colombo, concludeerde de rechtbank dat de veiligheidssituatie niet significant was verslechterd en dat de informatie van de Minister van Buitenlandse Zaken voldoende was om dit te onderbouwen.
Verzoeker stelde dat hij vanwege zijn betrokkenheid bij de Tamil Tijgers en bedreigingen van een spion van de Srilankaanse militairen gevaar liep. De rechtbank vond echter onvoldoende concrete aanwijzingen dat de Srilankaanse autoriteiten op de hoogte waren van zijn activiteiten of dat hij bijzondere negatieve aandacht zou krijgen. Ook was er geen bewijs dat hij vervolging door de LTTE hoefde te vrezen.
De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling en sprak het beroep ongegrond uit. Ook het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel werd afgewezen, evenals het verzoek om schadevergoeding. De procedurekosten werden niet toegewezen aan een van de partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.