ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6423
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De vreemdeling, met de Franse nationaliteit, werd op 17 april 2000 in bewaring gesteld wegens vermoedelijk gebruik van een vervalst paspoort. Na technisch onderzoek door de politie werd geconcludeerd dat het paspoort authentiek maar vervalst was, wat de grondslag vormde voor de bewaring.
De vreemdeling stelde dat het paspoort niet vervalst was en vroeg de rechtbank om nadere informatie van het Franse consulaat af te wachten. Het consulaat bevestigde dat het paspoort was afgegeven, maar kon geen oordeel geven over vervalsing. De rechtbank achtte het technische onderzoek betrouwbaarder en oordeelde dat de bewaring rechtmatig was.
De bewaring werd later opgeheven en de staatssecretaris bood een schadevergoeding aan, die de vreemdeling afwees wegens onvoldoende hoogte. De rechtbank stelde dat het verzoek om schadevergoeding niet toewijsbaar was omdat de bewaring niet onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat geen partij veroordeeld werd in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.