ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6444
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking standplaatsvergunning en vaststelling schadevergoeding
Eiseres exploiteerde sinds 1994 een snackcar op een locatie in Den Haag waarvoor zij een standplaatsvergunning had. De gemeente trok deze vergunning in verband met herinrichting van het plein. Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking en de hoogte van de compensatie. Verweerder bood een hogere financiële compensatie aan, maar eiseres vond deze onvoldoende.
De rechtbank oordeelt dat de brief van verweerder van 30 maart 1999 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moet worden beschouwd, gericht op rechtsgevolg. Het beroep tegen dit besluit is echter niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Het beroep tegen het besluit van 22 juni 1999, waarin de schadevergoeding werd vastgesteld, wordt gegrond verklaard. De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de financiële gevolgen voor eiseres, met name de omvang van de compensatie voor de kleinere kiosk en omzetverlies. De rechtbank vernietigt dit besluit en beveelt een nieuwe besluitvorming met inachtneming van haar overwegingen. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroep tegen intrekking standplaatsvergunning niet-ontvankelijk; beroep tegen schadevergoeding gegrond verklaard en besluit vernietigd.