ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6541
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.C.J. van Dooijeweert
- E. de Rooy
- E.H.M. Druijf
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vluchtelingenstatus Somalische asielzoeker wegens onvoldoende bewijs groepsvervolging
Eiser, een Somalische asielzoeker behorend tot de Reer Hamar clan, verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zijn aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en een voorwaardelijke verblijfsvergunning werd verleend. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij en zijn clan leden slachtoffer zijn van groepsvervolging vanwege hun etnische afkomst en kwetsbare positie in Somalië.
De rechtbank onderzocht de situatie van de Reer Hamar aan de hand van diverse ambtsberichten, rapporten van Amnesty International en UNHCR, en concludeerde dat hoewel de Reer Hamar een kwetsbare positie innemen in de context van de burgeroorlog, er onvoldoende objectieve aanwijzingen zijn dat sprake is van groepsvervolging enkel op grond van etniciteit of vermeende rijkdom.
De rechtbank oordeelde dat vluchtelingenstatus in beginsel individueel moet worden beoordeeld, maar dat bij aannemelijke groepsvervolging de bewijslast omkeert. In deze zaak was onvoldoende bewijs voor groepsvervolging, waardoor eiser aannemelijk moest maken dat hij persoonlijk gegronde vrees heeft voor vervolging. De rechtbank achtte het relaas van eiser geloofwaardig, maar het bestreden besluit ontbrak het aan een deugdelijke motivering en hield onvoldoende rekening met de ingediende correcties en aanvullingen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van vluchtelingenstatus wordt vernietigd.