ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6557
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing OVR-signaleringen in Schengen Informatie Systeem
Een groep van 365 Poolse vreemdelingen verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen die de Staatssecretaris van Justitie opdraagt hun OVR-signaleringen in het Schengen Informatie Systeem (SIS) en het Opsporingsregister (OPS) op te heffen. De verzoekers stelden dat deze signaleringen onrechtmatig waren en dat zij hierdoor de toegang tot Duitsland werd geweigerd, wat hun seizoensarbeid bij een Poolse werkgever belemmerde.
De rechtbank overwoog dat zes verzoekers reeds een eerdere uitspraak hadden gekregen waarbij hun signaleringen tijdelijk waren opgeschort, waardoor hun verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor de overige 359 verzoekers was niet aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk gesignaleerd stonden of dat zij een spoedeisend belang hadden bij het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens werd benadrukt dat verzoekers zich tot het Hoofd van de Divisie Centrale Recherche moesten wenden voor informatie over signaleringen.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek van de overige verzoekers moest worden afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang en onvoldoende onderbouwing. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de fungerend president G.P. Kleijn op 8 juni 2000.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van OVR-signaleringen werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en niet-ontvankelijkheid van enkele verzoekers.