ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6591
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering vreemdeling in afwachting verblijfsbeslissing
Verzoeker, een vreemdeling van Turkse afkomst, kreeg zijn bijstandsuitkering beëindigd per 25 mei 2000 op grond van een ministeriële circulaire na een arrest van het Gerechtshof. Hij maakte bezwaar tegen deze beëindiging en verzocht om een voorlopige voorziening. De president van de rechtbank 's-Gravenhage behandelde dit verzoek op 29 juni 2000.
De kern van het geschil betrof de vraag of verzoeker, die zich in afwachting van een definitieve beslissing op zijn verblijfsaanvraag rechtmatig in Nederland bevindt, aanspraak kan maken op bijstand. De Koppelingswet en het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Abw, Ioaw en Ioaz beperken de bijstandsverlening aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf. Verzoeker beriep zich op artikel 1b, aanhef en onder 3 van de Vreemdelingenwet en het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB), dat rechtmatig verblijf definieert en sociale bijstand regelt.
De president oordeelde dat verzoeker zich in een situatie bevindt waarin uitzetting achterwege blijft totdat op zijn aanvraag is beslist, wat gelijkstaat aan rechtmatig verblijf in de zin van de Vreemdelingenwet en het EVSMB. Gezien de wederzijdse belangen was het treffen van een voorlopige voorziening aangewezen. Daarom werd het bestreden besluit geschorst en werd verweerster bevolen de bijstandsuitkering toe te kennen vanaf 25 mei 2000, met inachtneming van de geldende norm. Tevens werd verweerster veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering wordt geschorst en de uitkering wordt met ingang van 25 mei 2000 toegekend.