ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6637
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning Koerdische asielzoeker uit Irak
Eiser, een Koerdische man uit Irak en lid van de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK), verzocht om vluchtelingenstatus en een verblijfsvergunning. Hij stelde dat hij vanwege zijn politieke activiteiten en vervolging door de Koerdische Democratische Partij (KDP) gevaar liep. Na mishandeling en gevangenschap vluchtte hij naar Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de algemene situatie in Irak en Noord-Irak niet automatisch vluchtelingenstatus rechtvaardigt voor Koerden. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij persoonlijk een reëel risico liep, mede omdat hij zich redelijkerwijs in het PUK-gebied kon vestigen, waar bescherming mogelijk is. De rechtbank concludeerde dat eiser niet tot de risicogroepen behoort die bescherming ontberen.
Ook het beroep op een verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen of verdragsrechtelijke verplichtingen werd afgewezen. Er was onvoldoende bewijs dat eiser bij terugkeer een reëel risico liep op foltering of onmenselijke behandeling. Klachten over procedurele tekortkomingen werden niet ontvankelijk verklaard omdat ze te laat werden ingebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de voorwaardelijke verblijfsvergunning. Eiser moet Nederland verlaten, aangezien geen rechtsgrond bestaat voor toelating of verblijf.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij moet Nederland verlaten.