ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6639
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en bezwaar in asielprocedure met overdracht aan Oostenrijk
Verzoekster, een Oekraïense asielzoekster, diende op 17 januari 2000 een asielaanvraag in. Deze werd bij beschikking van 17 april 2000 afgewezen, waarbij ook ambtshalve geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden werd verleend. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht op 25 april 2000 om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar zou zijn beslist.
De rechtbank heeft onderzocht of uitzetting naar Oostenrijk in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op de Dublin-overeenkomst waarbij Oostenrijk verantwoordelijk is voor de asielprocedure. De medische situatie van verzoekster werd meegewogen, maar onvoldoende onderbouwd om uitzetting te verhinderen. De rechtbank concludeerde dat de Oostenrijkse wetgeving en jurisprudentie voldoende bescherming bieden tegen onmenselijke behandeling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het bezwaar ongegrond is. Er is geen redelijke kans dat verzoekster een verblijfsvergunning zal verkrijgen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar wordt ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen de niet-inwilliging van de asielaanvraag en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.