ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6641
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.J. Buijsman
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak na afwijzing vluchtelingenstatus
Verzoekster, een Liberiaanse nationaliteit, diende op 26 april 2000 een aanvraag om toelating als vluchteling in. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie, wees deze aanvraag op 1 mei 2000 af wegens niet-ontvankelijkheid en verleende geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze beslissing en verzocht de president van de rechtbank om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou schorsen.
Na een eerste ingetrokken verzoek op 8 mei 2000, diende verzoekster op 9 mei 2000 een nieuw verzoek in om uitzetting te verbieden gedurende de bodemprocedure. De rechtbank hield een openbare zitting op 12 mei 2000, waarbij beide partijen werden gehoord. De rechtbank beoordeelde of de aanvraag binnen de wettelijke termijnen was behandeld en concludeerde dat de beschikking te laat was uitgereikt, wat een schending van de zorgvuldigheidseisen betekende.
De president van de rechtbank besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de uitzetting van verzoekster werd verboden totdat vier weken na de beslissing op bezwaar waren verstreken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten en het griffierecht. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoekster totdat vier weken na de beslissing op bezwaar zijn verstreken en veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.