ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6673
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening visum familiebezoek wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, een Pakistaanse staatsburger, verzocht namens zichzelf en haar twee minderjarige kinderen om afgifte van een visum voor familiebezoek van negentig dagen. De aanvragen werden door verweerder afgewezen, waarna verzoekster bezwaar maakte en tevens een voorlopige voorziening vroeg om haar en haar kinderen als visumhouders te beschouwen totdat op het bezwaar zou zijn beslist.
De president van de rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang. Verzoekster stelde dat de langdurige scheiding van haar echtgenoot, haar suikerziekte en het feit dat de kinderen in de zomer vrij zijn, een spoedeisend belang vormden. Verweerder voerde aan dat de gezondheidstoestand niet voldoende was onderbouwd en dat er geen bewijs was dat het bezoek niet kon worden uitgesteld. Tevens werd gewezen op het vestigingsgevaar en het restrictieve visumbeleid.
Hoewel de president erkende dat het bezwaar een redelijke kans van slagen had, was dit onvoldoende om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen. De wettelijke beslistermijn was nog niet verstreken en er waren geen omstandigheden die een spoedeisend belang aannemelijk maakten. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor het verkrijgen van een visum voor familiebezoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.