ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6674
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning partner op grond van onvoldoende duurzame middelen van bestaan
Eiser, een Egyptische vreemdeling, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning om bij zijn Nederlandse partner te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat de partner niet duurzaam over voldoende middelen van bestaan zou beschikken. De partner werkte op basis van twee arbeidsovereenkomsten, waarvan één met een variabel aantal uren per periode, en verdiende netto ten minste het bestaansminimum.
Eiser betoogde dat de partner structureel overwerk verrichtte en dat het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 1994 (Vc) van toepassing moest zijn, waarbij de feitelijke inkomsten bepalend zijn. Verweerder hield vast aan de gegarandeerde uren en concludeerde dat de inkomsten niet duurzaam waren, mede vanwege het oproepcontract en eerdere Abw-uitkeringen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met het feitelijke arbeidspatroon, waarbij de partner structureel meer uren werkte dan gegarandeerd. Hierdoor was sprake van een stabiel inkomen dat duurzaam was. Het besluit bevatte een motiveringsgebrek en kon niet in stand blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het afwijzend besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.