ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6681
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning Afghaanse echtpaar wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Eisers, een Afghaans echtpaar, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij vanwege de politieke situatie en Taliban-invallen in Afghanistan waren gevlucht. De man was voormalig politieofficier en lid van de Democratische Volkspartij Afghanistan, terwijl zijn vrouw actief was in onderwijs en verzorging, wat door de Taliban werd afgekeurd.
De rechtbank oordeelde dat de werkzaamheden van eiser niet vergelijkbaar waren met die van een hoge KHAD-officier en dat er onvoldoende bewijs was voor persoonlijke vervolging door de Taliban. Ook de door de vrouw ingeroepen discriminatie op grond van het VN-Vrouwenverdrag werd niet als grond voor vluchtelingenstatus erkend.
Verder concludeerde de rechtbank dat geen reëel risico bestond op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer en dat er geen klemmende humanitaire redenen waren voor verblijf. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van het Afghaanse echtpaar tegen de weigering van vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.