ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6682
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf bij Nederlandse partner wegens onvoldoende inkomen
Eiseres, een Indonesische vrouw, verzocht op 19 november 1998 om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland om bij haar Nederlandse partner te verblijven. Haar partner ontvangt een WAO-uitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet. De aanvraag werd afgewezen omdat verweerder oordeelde dat de partner niet over voldoende duurzame en zelfstandige middelen van bestaan beschikt, een vereiste volgens het vreemdelingenbeleid.
De rechtbank overwoog dat toeslagen uit de openbare kas, zoals de Toeslagenwet, niet mogen worden meegeteld bij de beoordeling van het inkomen. Daarnaast had eiseres geen concrete berekeningen overlegd die zouden aantonen dat fiscale effecten van samenwonen het inkomen voldoende zouden verhogen. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het inkomensvereiste als niet vervuld heeft beoordeeld.
Verder oordeelde de rechtbank dat het besluit geen inmenging vormt in het familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiseres geen verblijfsvergunning had en het gezinsleven ook in Indonesië kan worden beleefd. Ook werd geen schending van het recht om te huwen (artikel 12 EVRM Pro) vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende duurzame en zelfstandige middelen van bestaan.