ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6699
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus en vergunning tot verblijf geweigerd wegens kennelijke ongegrondheid en beleidswijziging
Eiseres, afkomstig uit Somalië en behorend tot de Darod-clan, subclan Marehan, verzocht om toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid en het ontbreken van een Nederlands belang bij verblijf. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank overwoog dat de situatie in Somalië niet zodanig is dat leden van de Marehan-clan zonder meer als vluchteling kunnen worden aangemerkt. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij persoonlijk gegronde vrees voor vervolging had. Het oorlogsgeweld was algemeen en niet specifiek gericht op haar of haar familie.
Ten aanzien van de vergunning tot verblijf oordeelde de rechtbank dat verweerder het beleid had gewijzigd, waardoor eiseres sinds januari 1997 aanspraak kon maken op een vergunning. Daarom werd het beroep gegrond verklaard voor zover het de weigering van de vergunning betrof en dat deel van het besluit vernietigd. De overige onderdelen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de weigering van de vergunning tot verblijf en dat deel van het besluit wordt vernietigd, terwijl de weigering van vluchtelingenstatus wordt gehandhaafd.