ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6701
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Stehouwer
- W.P.C.G. Derksen
- O.A.P. van der Roest
- Rechtspraak.nl
Vluchtelingenstatus en verblijfvergunning afgewezen wegens onvoldoende bewijs en leeftijdsonzekerheid
Eiser, een Angolese vreemdeling, vroeg in 1998 om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder wees dit af wegens kennelijke ongegrondheid en twijfels over de authenticiteit van de door eiser overgelegde identiteitskaart. Eiser stelde te vrezen voor vervolging vanwege de politieke achtergrond van zijn vader, lid van het FLEC, maar kon dit niet voldoende onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de situatie in Angola niet automatisch vluchtelingenstatus rechtvaardigt voor de Bando-bevolkingsgroep en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk vervolging te vrezen had. De twijfel aan de authenticiteit van de identiteitskaart en het ontbreken van andere bewijsstukken maakten het onmogelijk om zijn identiteit en nationaliteit te bevestigen.
Ten aanzien van de verblijfsvergunning op grond van het beleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama-beleid) stelde verweerder dat eiser niet als minderjarige kon worden aangemerkt vanwege de twijfel over zijn leeftijd. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht, zoals een leeftijdsonderzoek of onderzoek naar opvangmogelijkheden in het land van herkomst, en verklaarde dit deel van het besluit daarom onzorgvuldig en vernietigde het.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het terugbetalen van het griffierecht aan eiser. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Beroep op verblijfsvergunning onder ama-beleid gegrond verklaard en besluit vernietigd, beroep op vluchtelingenstatus ongegrond.