ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6724
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging bijstandsuitkering vreemdeling in afwachting verblijfsbesluit
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 19 juli 2000 een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de gemeente Den Haag tot beëindiging van een bijstandsuitkering per 25 mei 2000 aan een vreemdeling. De verzoeker had geen rechtmatig verblijf in Nederland in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 1 van de Vreemdelingenwet (Vw), waardoor de gemeente de uitkering had beëindigd op grond van de Koppelingswet.
Verzoeker stelde dat zijn verblijfsrecht als bedoeld in artikel 1b, aanhef en onder 3 Vw, kwalificeert als een "soortgelijke vergunning" in de zin van artikel 11.a van het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand (EVSMB), waardoor hij recht zou hebben op bijstand. De rechtbank oordeelde dat het niet uitgesloten is dat de hoogste rechter dit standpunt zal onderschrijven, omdat verzoeker uitstel van vertrek had gekregen en de behandeling van zijn aanvraag op grond van de tijdelijke witte illegalenregeling mocht afwachten.
De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening bijzonder groot zijn en dat de belangen van de gemeente hiertegen afgewogen moeten worden. Gezien de omstandigheden was het treffen van een voorlopige voorziening aangewezen. De uitkering werd geschorst en voortgezet vanaf 25 mei 2000. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank schorst het besluit tot beëindiging van de bijstandsuitkering en bepaalt dat verzoeker vanaf 25 mei 2000 bijstand ontvangt.