ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6761
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten inzake vluchtelingenstatus en verblijfsvergunningen wegens onjuiste ingangsdata
Eisers, beiden vreemdelingen met respectievelijk Roemeense en Poolse nationaliteit, vroegen toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning aan. Verweerder wees deze aanvragen af wegens kennelijke ongegrondheid. Eiser sub 1 kreeg een verblijfsvergunning met beperkingen, later zonder beperkingen; eiser sub 2 kreeg een vergunning met beperkingen.
Eiser sub 1 hechtte belang aan een uitspraak over zijn vluchtelingenstatus, maar de rechtbank oordeelde dat hij geen relevant belang had omdat hij inmiddels een onbeperkte verblijfsvergunning had. Het beroep van eiser sub 1 was daarom niet-ontvankelijk. Eiser sub 2 voerde discriminatie en vervolging in Polen wegens zijn homoseksualiteit aan, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat Polen een veilig land van herkomst is.
De rechtbank stelde vast dat de ingangsdata van de verleende vergunningen onjuist waren vastgesteld; deze hadden de datum van aanvraag moeten zijn. Daarom vernietigde de rechtbank dit deel van de besluiten en bepaalde dat de juiste ingangsdata gelden. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten over de ingangsdata van de verblijfsvergunningen en verklaart het beroep van eiser sub 1 niet-ontvankelijk en dat van eiser sub 2 ongegrond voor het vluchtelingenverzoek.