ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor opvang asielzoekster ondanks eerdere aanvraag
Verzoekster, van Iraanse nationaliteit, had een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend en verzocht om opvang via het COA. De Staatssecretaris van Justitie weigerde verzoekster aan te melden bij het COA, stellende dat het om een tweede aanvraag ging die geen recht op opvang gaf. Verzoekster stelde dat haar huidige aanvraag gebaseerd was op nieuwe gronden en dat er sprake was van schrijnende humanitaire omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat het achterwege laten van de melding bij het COA gelijkgesteld moet worden met een beschikking waartegen bezwaar mogelijk is. De interpretatie van de Staatssecretaris dat ook een aanvraag na een verblijf in het land van herkomst als tweede aanvraag geldt, werd verworpen. De rechtbank stelde dat verzoekster nog niet eerder de gelegenheid had gehad haar huidige gronden naar voren te brengen.
Gelet op de omstandigheden en het spoedeisend belang van verzoekster, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De Staatssecretaris werd opgedragen verzoekster binnen twee dagen aan te melden bij het COA. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Staatssecretaris om verzoekster binnen twee dagen aan te melden bij het COA voor opvang en veroordeelt hem in de proceskosten en griffierecht.